© george burggraaff
© 2010 George Burggraaff

Toelichting bij Tao tekst 23

De Tao en de stilte liggen dicht bij elkaar.
En toch is er beweging, het leven zelf, de Tao.

Stormen en wolkbreuken duren echter maar kort.
Zijn het metaforen voor oorlogen en ruzies?
Het lijkte een pleidooi voor relativering.
De rust keert altijd terug.
Er zijn meer rustige tijden dan onrustige.

Het middenstuk gaat over die rust, die stilte.
Waar je aandacht aan besteedt, dat wordt sterker.
Mijn introductie hier van het woord zwerven wijkt af.
Andere versies spreken van verlies of verdwalen.
Zoals verslaafden genieten van geld, drugs of sex.

Dan de slotzin, annex conclusie.
Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, zeggen wij.
Waar je mee bezig bent, dat word je.
Wie geen vertrouwen heeft, die wordt niet vertrouwd.
Dit tegenover het begin, er is meer stilte, dan lawaai.
Waarom dan toch kiezen voor
wantrouwen, wolkbreuk of zwerven?