© george burggraaff

Toelichting bij Tao tekst 14

Waarom nu terug naar het begin, naar de Tao zelf?
Alsof je er altijd weer aan herinnerd moet worden.
Alsof je het altijd weer vergeet.
De voortdurende terugkeer is nodig en begrijpelijk,
als je bron ongrijpbaar is, onhoorbaar en onzichtbaar,
want zonder aardse dimensies.

De Tao voelt soms als een warme jas, maar is glamourloos.
De Tao is niet uit te leggen, zweverig en als een rechte weg.
Er zit kraak noch smaak aan. Tekst 35
Raadselachtig, zonder begin en eind.
Je kunt er aan beginnen, maar hoe of waar?
Het is een oneindige weg.
Het begin verdubbelde zich en twee werd drie. Tekst 42
Zo ontstaan steeds meer delen en namen. Tekst 32
Maar het is een eenheid, één geheel. Tekst 39
Het is eigenlijk heel eenvoudig. Zie tekst 53
En direct ook weer ongrijpbaar. Tekst 70

Een vervolg of aansluiting op tekst 14 staat in tekst 21.
Deze tekst 14 werd in de 19de eeuw vaak gebruikt
om de Tao aan een westers Godsbegrip te koppelen.