© george burggraaff
© 2010 George Burggraaff


Toelichting bij Tao tekst 52

Wat een puzzel zo'n tekst. Op zoek naar een oplossing voor een woord dat de lading niet goed dekt. En: wat wordt er nu echt bedoeld? Wat zeggen andere bronnen? Wat lijkt me wel wat en wat zeker niet?

Tegelijkertijd lees ik ook andere Taoïstische boeken, zoals Zhuang Zi van Kristofer Schipper en Leyuan, de tuin van het geluk van Jan De Meyer. Aanbevolen sinterklaascadeaus.

Van de hand van Kristofer Schipper verschijnt/verscheen november 2009 bovendien een, en je kunt gerust zeggen Nederlandse Tao vertaling die mijn gezoek een andere plek geeft. Kristofer schipper (1934) komt uit Nederland en is een van de bekendste Tao deskundigen ter wereld. In Taiwan is hij opgeleid tot Tao meester. Vervolgens was hij hoogleraar sinologie aan de Sorbonne in Parijs en in Leiden. Sinds 2001 woont hij met zijn Chinese vrouw in de Chinese stad Fuzhou, waar hij een Westerse bibliotheek mocht stichten met 25.000 titels op het gebied van literatuur, kunst, geschiedenis en filosofie. Zo verbindt hij China met het westen en ons met China via zijn Zhuang Zi vertaling (2007) en nu zijn Tao vertaling.

Maar wat nu te zeggen over tekst 52?
De eerste regels gaan over de (baar)moeder als begin van alles en tegelijkertijd de twee-eenheid, moeder en kind, nog voor de polariteit van yin en yang.
Het kind, dat is misschien het leven in zijn alledaagse verschijningsvormen.
De moeder, dat is het grote oerprincipe. In de essentie van het grote geheel is het goed toeven en in de alledaagse dingen (het kleine) is ook het grote oerprincipe aanwezig en zichtbaar.

Het tweede vers is begrijpelijk en al net zo'n onwereldse opgave als het eerste. Als je je afsluit van invloeden van buitenaf (onmogelijk, want je ademt toch altijd), dan ben je puur wat je bent, dat is zo. Maar je nergens mee bemoeien, dat is ook je onttrekken aan je verantwoordelijkheid als medeburger. Dit wil de Tao niet, maar de Tao veroordeelt het denken in verantwoordelijkheid, want de Tao wil uitgaan van natuurlijk enthousiasme wat zich vertaalt in doen wat je kunt doen, zonder iets te forceren (wu wei). Termen als gemakkelijk of moeilijk of lijdensweg zijn niet aan de orde, want ze zijn gebaseerd op vergelijkingen die je niet hebt met dichte ramen en deuren. Uiteraard staan ramen en deuren ook voor ogen en oren en je zintuigen. Zolang je dus blijft vergelijken, word je niet gelukkig.

Vers drie meldt diverse Taoïstische innerlijke krachten. Kleinschaligheid, oog voor detail, je kunnen verheugen over twee onze lieve heersbeestjes op een zonnebloem, en buigzaamheid. Het vers sluit opnieuw af met het advies om terug te keren naar de bron, de moeder, het licht.
De allerlaatste regel lijkt een latere toevoeging.

Zie ook de teksten 2, 10, 21, 23